in de duisternis is niemand veilig

Met 'Jij bent het licht' keert Marion Pauw terug naar de psychologische diepgang en de verstikkende onderhuidse spanning die we kennen uit 'Daglicht' en 'Vogeleiland'. In deze roman verweeft ze een familiegeschiedenis vol trauma en misverstanden met een zoektocht naar waarheid die even beklemmend als ontroerend is. Pauw, die zelf in Tasmanië werd geboren, benut haar achtergrond ten volle: het eiland is niet zomaar decor, maar een levend organisme dat de personages omringt, adem geeft en soms lijkt te verstikken.


Het verhaal volgt Mia, een vrouw die haar hele leven lang vooral heeft geprobeerd iedereen tevreden te houden. Ze is opgegroeid in een gezin waar echte communicatie ontbrak, waar spanningen onder het tapijt verdwenen en waar de aanwezigheid van haar broer Max een continue bron van onrust was. Max werd al vroeg bestempeld als lastig, als degene die het gezinsleven ontregelde, en voor Mia voelde het als een opluchting toen hij naar het internaat St. Bartholomew’s werd gestuurd. Dat dit internaat een duistere reputatie had, drong nooit echt tot haar door – of ze wilde het niet zien.


Wanneer Max jaren later een boek publiceert over zijn jeugd, stort Mia’s zorgvuldig opgebouwde leven in. De waarheid die tussen de pagina’s doorsijpelt, is rauw en pijnlijk. Mia voert een innerlijke strijd tussen ontkenning en erkenning, tussen eigen herinneringen en de schaduw waar ze altijd langsheen heeft gekeken. De enige manier om grip op zichzelf en haar verleden te krijgen, is terugkeren naar Tasmanië. Daar bezoekt ze haar oude buurvrouw Jo en begint ze aan een onderzoek dat langzaam een web van manipulatie, misbruik en leugens blootlegt.


Pauw kiest voor een afwisseling van perspectieven: Mia vertelt in de ik-vorm, terwijl Max in de derde persoon wordt gevolgd. Deze structuur werkt bijzonder effectief. Het maakt het contrast tussen hun belevingswerelden pijnlijk scherp: waar Mia haar jeugd herinnert als een periode van voortdurend aanpassen, herinneringen die worden gekleurd door schuldgevoel en verantwoordelijkheidsdrang, ziet de lezer bij Max een onderstroom van angst, verwaarlozing en geweld. De afstand tussen hen wordt door de perspectiefwisselingen bijna tastbaar en laat zien hoe twee kinderen in hetzelfde gezin twee totaal verschillende geschiedenissen kunnen meemaken.


Pauws vermogen om enerzijds globaal en vluchtig te schrijven over gebeurtenissen, maar anderzijds ongekend indringend te zijn wanneer ze emoties beschrijft is opmerkelijk. De innerlijke monologen van zowel Mia als Max zijn scherp en onthullend. Mia’s impulsieve beslissingen, haar neiging om gevaar te negeren en haar voortdurende pogingen om te begrijpen wat ze vroeger niet heeft gezien, maken haar tot een geloofwaardig, bijna kwetsbaar personage. Max’ passages zijn vaak ronduit huiveringwekkend. Pauw spaart de lezer niet: de details van wat hij op het internaat heeft meegemaakt zijn grimmig en aangrijpend. Die openheid maakt zijn moed en volharding des te indrukwekkender.


Een groot deel van het boek ademt een nostalgische sfeer. De terugblik naar Mia’s jeugd en de beschrijvingen van het Tasmanische landschap zijn rijk en zintuiglijk. De lezer voelt de mist, ruikt het eucalyptusbos en hoort het geruis van de oceaan. De oude plaatselijke benamingen en Pauws kennis van flora en fauna geven het verhaal een bijna tastbare authenticiteit. Het voelt soms alsof Mia’s flashbacks gedeeltelijk bestaan uit de herinneringen van de auteur zelf, wat het geheel een bijzondere emotionele lading geeft.


Toch verandert de toon op het moment dat Mia dichter bij de waarheid komt. De roman verschuift van een melancholische zoektocht naar een nerveuze, psychologische thriller. Pauw voert de spanning gestaag op en laat zowel Mia als haar lezers heen en weer slingeren tussen twijfel en vooruitzicht. De aanwezigheid van iets onverklaarbaars wordt steeds griezeliger, zonder dat het verhaal in het bovennatuurlijke vervalt. Wat volgt is een onverwachte wending die het gevaar ineens concreet maakt en het boek naar een zenuwslopend einde voert waarin Mia letterlijk moet vechten voor haar leven.


'Jij bent het licht' is daarmee veel meer dan een thriller. Het is een diepgravende roman over familie, loyaliteit, schuld en de verwoestende kracht van geheimen. Pauw durft ver te gaan in het zaaien van twijfel: wat is waar? Wat is herinnering? Wat is verdringing? De lezer wordt gedwongen voortdurend te heroverwegen en mee te voelen, zonder dat het verhaal aan vaart verliest. De combinatie van een sfeervol eilanddecor, genuanceerde personages en een donker familieverleden maakt deze roman tot een rijke, overweldigend mooi geschreven leeservaring.


recensie: Elke Haenen


Paperback I Nederlands I 336 bladzijden I Ambo-Anthos I €24,99

hoe vond je zelf dat het ging?

Jip van den Toorn, de meester van de scherpe observatie en de rake illustratie, heeft met haar boek 'Hoe vond je zelf dat het ging' een verbluffend overzichtswerk afgeleverd dat de lezer niet alleen aan het lachen maakt, maar ook diep aan het denken zet. Van den Toorn, die wekelijks in de Volkskrant met haar cartoons het nieuws fileert, de politiek op de hak neemt en met een gezonde dosis humor en zelfspot de pijnpunten van onze samenleving blootlegt, bundelt in dit boek meer dan 400 cartoons die de afgelopen vijf jaar van ons leven op treffende wijze samenvatten.


'Hoe vond je zelf dat het ging' is zo ontzettend veel meer dan enkel een verzameling grappige plaatjes, het is een tijdsdocument, een spiegel van onze tijdgeest en een hilarische, maar tegelijkertijd confronterende reflectie op onszelf. Van den Toorn weet als geen ander de complexiteit van het moderne leven te vangen in eenvoudige, maar desalniettemin krachtige beelden. Haar cartoons zijn herkenbaar, soms pijnlijk, maar altijd ontzettend grappig. Ze schuwt geen enkel onderwerp, van de politieke chaos tot de absurditeit van de datingcultuur, van de klimaatcrisis tot de dagelijkse frustraties van het thuiswerken.


Wat dit boek zo ontzettend boeiend en speciaal maakt, is de toevoeging van Van den Toorns persoonlijke commentaar op het maakproces. Ze geeft ons een intiem kijkje achter de schermen en vertelt over de inspiratiebronnen voor haar cartoons, de uitdagingen van het vak en de worstelingen met de actualiteit. Deze persoonlijke anekdotes en inzichten geven een extra dimensie aan de cartoons en laten ons de vrouw achter de tekeningen beter begrijpen.


Van den Toorn is een meester in het vangen van de essentie. Met een paar rake lijnen en een scherpe tekst weet ze een heleboel te zeggen. Haar cartoons zijn vaak minimalistisch, maar tegelijkertijd enorm expressief. Ze speelt met clichés, drijft de spot met heilige huisjes en weet met haar humor een glimlach op ons gezicht te toveren, zelfs in de meest donkere en bizarre tijden.


'Hoe vond je zelf dat het ging' is een boek dat je keer op keer kunt openslaan en steeds weer nieuwe dingen ontdekt. Het is een boek om hardop te lachen, om over na te denken en om met vrienden te delen. Het is een boek dat je eraan herinnert dat het leven soms absurd is, maar dat er altijd ruimte is voor humor en (zelf-)relativering.


'Hoe vond je zelf dat het ging' is een leuk hebbeding voor iedereen die van humor, scherpe observaties en intelligente cartoons houdt. Het is een boek dat je niet snel zult vergeten en dat je nog vaak zult oppakken om er weer even doorheen te bladeren. Het is een prachtig overzichtswerk van een talentvolle en unieke cartoonist die ons al vijf jaar een spiegel voorhoudt. En de vraag is: hoe vonden we zelf eigenlijk dat het ging? Met dit boek in handen kunnen we er in ieder geval hartelijk om lachen.


Het is een hilarisch, intelligent en confronterend boek dat je aan het denken zet en je tegelijkertijd laat lachen. Jip van den Toorn bewijst met dit boek opnieuw dat ze een van de meest getalenteerde en originele cartoonisten van Nederland is. Een dikke tien!


Recensie: Jos.Vermeeren@dissonant.be


Hardcover I Nederlands I 416 bladzijden I Zwartjes & Labovic I €34,99

Jip van den Toorn is een Nederlandse illustrator en cartoonmaker. In 2018 won ze de World Illustration Award en drie jaar later was ze de eerste vrouw en jongste winnaar ooit die de Nederlandse Inktspotprijs won.

het gevaar van extreemrechts

Met 'Dagboek 1933' levert Dirk Verhofstadt een indringende en zorgvuldig gecomponeerde historische reconstructie van een jaar dat de wereld voorgoed veranderde. Hij toont met bijna dagboekachtige precisie hoe Adolf Hitler, die op 30 januari 1933 met de steun van rechts-conservatieve politici tot rijkskanselier werd benoemd, in amper 52 dagen de Weimar-democratie ontmantelde.


Het boek is evenzeer een historische analyse als een waarschuwend essay: Verhofstadt leest 1933 niet alleen als verleden tijd, maar als spiegel voor hedendaagse dreigingen.


Centraal staat de manier waarop een democratisch systeem zichzelf — via zijn instituties en via politieke naïviteit — kan prijsgeven aan autocratische krachten. Verhofstadt beschrijft uitvoerig hoe traditionele elitepolitici dachten Hitler te kunnen beteugelen, hem te gebruiken als middel tegen politieke instabiliteit en linkse bewegingen. Die misrekening vormt een van de tragisch terugkerende motieven in het boek: het idee dat extremisten in te tomen zijn of dat hun radicaliteit slechts retoriek is. Binnen enkele weken na Hitlers aantreden waren politieke partijen en vakbonden verboden, werd persvrijheid drastisch ingeperkt en werd geweld van SA-knokploegen onderdeel van het politieke bestel. Verhofstadt toont hoe snel en hoe efficiënt een democratie kan worden afgebroken wanneer instituties niet worden verdedigd.


De kracht van 'Dagboek 1933' ligt vooral in de minutieuze chronologie: Verhofstadt schrijft niet louter een algemene historische schets, maar reconstrueert bijna dag voor dag hoe politieke gebeurtenissen, decreten, incidenten en strategische manoeuvres elkaar opvolgden. Daardoor wordt zichtbaar hoe de afbraak van de rechtsstaat niet plaatsvond in één grote klap, maar via een reeks kleine, subtiele en soms bureaucratische stappen die elk op zich beperkt lijken, maar samen een autoritaire machtsgreep mogelijk maakten. De lezer krijgt zo inzicht in de psychologische en politieke dynamiek van normalisering: hoe mensen wennen aan steeds extremere maatregelen en hoe maatschappij en media op cruciale momenten tekortschieten om weerstand te bieden.


Naast het historische luik bevat het boek een uitgesproken normatieve dimensie. Verhofstadt maakt parallellen met hedendaagse extreemrechtse bewegingen en politici, in binnen- en buitenland. In het boek worden onder anderen Geert Wilders, Viktor Orbán, Recep Tayyip Erdoğan, Vladimir Poetin en Donald Trump genoemd als voorbeelden van leiders met autoritaire neigingen of partijen met een populistisch-nationalistische koers. Verhofstadt betoogt dat bepaalde retorische en politieke methoden — kritiek op de rechterlijke macht, delegitimering van media, nationalistische slachtofferverhalen, vijanddenken, afkeer van internationale samenwerkingen, en het creëren van complottheorieën rond 'omvolking' of nationale ondergang — sterke gelijkenissen vertonen met strategieën die in de jaren dertig werden gebruikt.


Belangrijk is dat Verhofstadt deze parallellen niet als directe historische gelijkstellingen presenteert, maar als waarschuwende patronen. Hij stelt dat democratieën niet in één moment kantelen, maar in een proces van erosie dat begint zodra anti-democratische sentimenten worden genormaliseerd. De centrale waarschuwing van het boek is dan ook dat de geschiedenis van 1933 geen afgesloten tijdvak is: de omstandigheden verschillen, maar de mechanismen kunnen zich herhalen zodra extremistische bewegingen erin slagen macht te verwerven en instellingen van binnenuit te hervormen.


De stijl van Verhofstadt is helder en toegankelijk. Zijn analyse is stevig onderbouwd, maar tegelijk ook duidelijk geschreven voor een breed publiek dat zich zorgen maakt over de toekomst van de democratie. Het boek is geen afstandelijke academische studie, maar een geëngageerd werk dat emotie en verontwaardiging niet schuwt. Voor sommige lezers kan die betrokken toon een meerwaarde zijn: het geeft de tekst kracht en richting. Anderen zullen misschien vinden dat de expliciete verwijzingen naar hedendaagse politieke figuren en partijen het boek meer polemisch maken dan strikt historisch. Maar dat is precies de inzet van Verhofstadts project: zijn historische analyse functioneert als een politiserende waarschuwing.


Wat 'Dagboek 1933' vooral duidelijk maakt, is dat democratie niet vanzelfsprekend is. Verhofstadt benadrukt voortdurend hoe burgers in de jaren dertig dachten dat vrijheid een verworven recht was — iets dat niet zomaar kon verdwijnen. Die illusie bleek dodelijk. Door de confrontatie met de actualiteit stelt het boek ongemakkelijke vragen aan de lezer: in welke mate herkennen we vandaag gelijkaardige mechanismen? En wat betekent het om democratie te verdedigen in een tijd van toenemend populisme, polarisatie en institutioneel wantrouwen?


Als historische reconstructie is 'Dagboek 1933' nauwkeurig en meeslepend. Als politieke waarschuwing is het scherp, urgent en confronterend. Verhofstadt reikt geen eenvoudige oplossingen aan, maar stelt wel duidelijk dat alertheid, weerbaarheid en betrokkenheid noodzakelijke voorwaarden zijn om te vermijden dat de nachtmerrie van 1933 opnieuw werkelijkheid wordt. Dat maakt het boek tot een relevant, prikkelend en soms oncomfortabel werk — precies wat een goede historische waarschuwing moet zijn.


Recensie: Eric Simoens


Paperback I Nederlands I 529 bladzijden I Houtekiet I €29,99

Privacy policy

OK